Kaas bestaat al minstens 7000 jaar en komt oorspronkelijk uit het Midden-Oosten en Europa. De oudste sporen van kaasproductie zijn gevonden in Polen en dateren van rond 5500 voor Christus. Waar komt kaas vandaan in de zin die de meeste mensen bedoelen? Het antwoord ligt bij nomadische volken die bij toeval ontdekten dat melk kan stremmen en omzetten in een houdbaar product.
Hoe werd kaas voor het eerst ontdekt?
De meest bekende theorie is dat kaas zo’n 6000 jaar geleden bij toeval werd ontdekt door rondtrekkende nomaden. Zij bewaarden melk in zakken gemaakt van dierenmagen, zoals die van runderen of varkens. Die magen bevatten van nature stremsel, een enzym dat melk laat stollen. Door de warmte en het bewegen tijdens het reizen veranderde de melk vanzelf in wrongel en wei.
In 2011 werden in Polen potten gevonden waaruit na chemische analyse bleek dat er al 7000 jaar geleden melkvetten in zaten. Die potten hadden kleine gaatjes, waarschijnlijk om wei af te laten lopen. Dit is een van de vroegste bewijzen van kaasproductie die we kennen.
Van toeval naar traditie: kaas door de eeuwen heen
Na die eerste ontdekking verspreidde kaasmaking zich snel. In het oude Egypte en bij de Grieken en Romeinen was kaas al een gewoon voedingsmiddel. De Romeinen namen de kennis van kaasproductie mee naar de gebieden die ze veroverden, waaronder grote delen van Europa.
In de middeleeuwen speelden kloosters een grote rol in het verfijnen van kaasrecepten. Monniken hadden de tijd, de ruimte en de kennis om te experimenteren. Veel bekende kaassoorten uit Zuid-Europa hebben hun oorsprong in die kloostertradities.
Waar komt Hollandse kaas vandaan?
Nederland heeft een lange kaasgeschiedenis. In de regio rond Alkmaar en Gouda zijn aardewerkpotjes gevonden met kleine gaatjes die dateren van ongeveer 800 jaar voor Christus. Die gaatjes dienden om de wei uit de wrongel te laten lopen, precies zoals bij het kaas maken.
In de middeleeuwen groeide kaas uit tot een belangrijk handelsproduct in Holland. Steden als Alkmaar en Gouda ontwikkelden zich tot bekende kaasmarkten. Boeren uit de omgeving brachten hun kazen naar de stad, waar ze werden gewogen, gekeurd en verhandeld. Die traditie is in Alkmaar tot op de dag van vandaag nog zichtbaar in de kaasmarkt.
De vruchtbare kleigronden en het vochtige grasland in Nederland zorgden voor goede melkkoeien en dus voor veel melk van hoge kwaliteit. Dat maakte de regio bij uitstek geschikt voor kaasproductie op grote schaal.
Hoe wordt kaas gemaakt?
Kaas maken begint altijd met melk. Meestal is dat koemelk, maar geiten-, schapen- of buffelmelk kan ook. Het proces verloopt in grote lijnen altijd op dezelfde manier:
- Melk wordt verwarmd en er wordt stremsel aan toegevoegd. Dit laat de melk stollen tot wrongel.
- De wrongel wordt gesneden en geroerd, waardoor de wei eruit treedt.
- De wrongel wordt geperst in een vorm, zodat overtollig vocht verdwijnt.
- De jonge kaas wordt gezouten, vaak in een pekeloplossing. Dit geeft smaak en werkt als conserveermiddel.
- Daarna rijpt de kaas. Hoe langer de rijping, hoe harder en intenser van smaak de kaas wordt.
Bij elke stap kunnen kaasmaken keuzes maken die de uiteindelijke smaak, structuur en geur beïnvloeden. Zo ontstaan er wereldwijd honderden verschillende soorten kaas.
Waarom verschilt kaas zo sterk per land?
De omgeving speelt een grote rol in de smaak van kaas. Het gras dat koeien eten, de bacteriën in de lucht en de temperatuur tijdens het rijpen geven kaas zijn eigen karakter. Dat is waarom een Parmezaanse kaas uit Italië anders smaakt dan een Goudse of een Franse Brie, ook als het basisproces vergelijkbaar is.
Door de eeuwen heen ontwikkelden culturen hun eigen methodes, kruiden en rijpingstechnieken. Die lokale tradities bepalen tot op vandaag hoe kaas eruitziet en smaakt. Kaas is daarmee niet alleen een voedingsmiddel, maar ook een stukje cultuurgeschiedenis.
Kaas vandaag de dag
Wereldwijd wordt kaas op grote schaal geproduceerd. Nederland is nog altijd een van de grootste kaasproducenten en exporteurs ter wereld. De basis van het ambacht is in al die jaren nauwelijks veranderd: melk, stremsel, zout en tijd. Wat begon als een toevallige ontdekking van nomaden is uitgegroeid tot een van de meest geliefde producten op aarde.
Veelgestelde vragen
Wat zijn de oudste bewijzen van kaasproductie?
De oudste bekende sporen van kaasproductie zijn gevonden in Polen en dateren van rond 5500 voor Christus. In 2011 werd bevestigd dat potten uit die periode melkvetten bevatten en kleine gaatjes hadden om wei af te laten lopen.
Welke melk kun je gebruiken om kaas te maken?
Voor kaas maken kun je verschillende soorten melk gebruiken. Koemelk is wereldwijd het meest gebruikelijk, maar geitenmelk, schapenmelk en buffelmelk worden ook veel gebruikt. De keuze voor melksoort heeft grote invloed op de smaak van de kaas.
Waarom heeft Nederland zo’n sterke kaastradities?
Nederland heeft vruchtbare grond en een nat klimaat dat goed is voor grasgroei. Daardoor konden boeren veel melkkoeien houden en grote hoeveelheden melk produceren. Steden als Gouda en Alkmaar ontwikkelden zich al in de middeleeuwen tot belangrijke handelscentra voor kaas.
Wat is stremsel en waarom is het nodig?
Stremsel is een enzym dat melk laat stollen. Het zorgt ervoor dat de eiwitten in de melk samenklonteren tot wrongel, de vaste massa waaruit kaas wordt gemaakt. Vroeger werd stremsel gewonnen uit dierenmagen. Tegenwoordig bestaat er ook stremsel van plantaardige of microbiële oorsprong.